Zoeken
  • Roel Van Hemelen

Een complexe aangifte vennootschapsbelasting AJ2019




Download hier het aangifteformulier: https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/121-275-1-aangifte-2019.pdf


De fiscus heeft op haar website de aangifte vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019 gepubliceerd. Aanslagjaar 2019 is het eerste jaar dat de effecten van de hervorming vennootschapsbelasting ondervindt. De aangifte moet aldus heel wat nieuwe zaken en bewerkingen mogelijk maken.


Maar niet alle aanslagjaren 2019 zijn gelijk. Wanneer een boekjaar, dat behoort tot aanslagjaar 2019 (afsluitdatum van 31/12/2018 tot en met 30/12/2019) gestart is vóór 2018, zijn heel wat wijzigingen van de hervorming vennootschapsbelasting hierop nog niet van toepassing. Klassiek gezien krijgen vennootschappen die worden opgericht een eerste verlengd boekjaar. Dit zorgt ervoor dat ongeacht wanneer een vennootschap wordt opgericht, een "klassieke" afsluitdatum kan worden gekozen zoals 31/03, 30/06, 30/09 of 31/12. En eerder dan een korter boekjaar, kiezen de meeste ondernemers, op advies van hun accountant voor een verlengd boekjaar. Zo wordt er immers een jaarafsluiting uitgespaard, en net deze jaarafsluitingen zorgen voor een verhoogde kostprijs van de boekhouding. Hierdoor hebben de meeste vennootschappen die in de loop van 2017 zijn opgericht vaak een verlengd boekjaar tot 31 december 2018.


Welnu, voor deze boekjaren, die technisch gezien tot aanslagjaar 2019 behoren maar voor 1 januari 2018 zijn opgericht, gelden de meeste bepalingen van de hervorming vennootschapsbelasting nog niet. De enige uitzondering is de gewone eenmalige investeringsaftrek voor kleine vennootschappen van 20%. Deze investeringsaftrek ik onafhankelijk van het aanslagjaar, en geldt voor investeringen die in het kalenderjaar 2018 of 2019 zijn gedaan.


We zitten nu dus met een probleem dat bepaalde aanslagjaren 2019 nog het oude systeem van de notionele interestaftrek, de DBI-aftrek, de aanrekeningsregels voor de fiscale aftrekken enz. moeten gebruiken en bovendien hun winst aan 33,99% moeten laten belasten, eventueel onder toepassing van het oude systeem van het verlaagd opklimmend kmo-tarief. De aanslagjaren 2019 die ten vroegste op 1 januari 2018 zijn gestart daarentegen, kunnen wél al alle maatregelen van de hervorming vennootschapsbelasting toepassen die ingevoerd zijn vanaf fase 1. Daardoor kunnen zij wel genieten van de verlaagde tarieven vennootschapsbelasting van 29,58% of zelfs 20,40% op de eerste €100.000,00 winst.


De vraag was hoe dit concreet in een aangifte zou kunnen verwerkt worden. Een eerste logische oplossing zou geweest zijn om 2 aangifteformulieren op te maken. Een eerste aangifteformulier AJ2019 voor de boekjaren die voor 2018 zijn gestart. Dit zou quasi een kopie van de aangifte over aanslagjaar 2018 zijn. Een tweede, volledig aangepast formulier zou dan alle wijzigingen kunnen bevatten en van toepassing zijn op de boekjaren die ten vroegste op 1 januari 2018 zijn gestart.


Dit is niet het geval. Er is geopteerd om met één aangifteformulier te werken. Dat maakt uiteraard de aangifte vrij complex, maar TaxQuest begeleid jullie in de juiste verwerking ervan. Bij vragen mogen jullie uiteraard steeds met ons contact opnemen.


Frapante wijzigingen

Met bovenstaande link kunnen jullie het voorbeeld van de aangifte reeds downloaden en bekijken. In de tabel van de beweging der belaste reserves, alsook in de tabel van de vrijgestelde reserves zien we geen belangrijke wijzigingen.


Bij de verworpen uitgaven zien we nu een bijkomende lijn staan (code 1235) voor wat betreft de kosten van de mobiliteitsvergoeding (cash-for-car) ten belope van een gedeelte van het voordeel van alle aard. Aangezien de mobiliteitsvergoeding quasi budgetneutraal moet zijn voor alle partijen, blijven de werknemers nog steeds belast op een voordeel, en dient de vennootschap nog steeds 17% of 40% van het voordeel van alle aard te verwerpen, net zoals bij de autokosten zelf.


In het vak uiteenzetting van de winst, bij code 1424 zien we nog steeds de meerwaarde op aandelen staan van 0,4%. Opgelet! Dit is enkel voor de aanslagjaren 2019 die vóór 2018 zijn gestart. Deze belasting is afgeschaft vanaf fase 1 van de hervorming vennootschapsbelasting.


Vanaf pagina 6 worden de verschillen groter. Pagina 6 geeft ons de nieuwe methodiek voor de aanrekening van fiscale aftrekken, die enkel van toepassing is voor de aanslagjaren 2019 die vanaf 2018 zijn gestart. Half pagina 7 krijg je opnieuw dezelfde bewerkingen, maar dan in de oude volgorde, welke dus enkel moeten gebruikt worden voor de boekjaren die voor 2018 zijn gestart.


Bovenaan pagina 7 alsook half pagina 8, zien we dan telkens een vak "Correcties als gevolg van een vanaf 26 juli 2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitdatum van het boekjaar. Op pagina 7 voor de boekjaren die vanaf 2018 zijn aangevat, op pagina 8 voor de andere boekjaren. Dit kadert in de anti-misbruikbepaling. Vanaf juli 2017 werd duidelijk dat de hervorming vennootschapsbelasting er ging komen. Het werd dus heel verleidelijk voor vennootschappen om hun boekjaar te verlengen, om zodoende ook (een deel van) de winsten van 2017 al onder het nieuwe tarief te kunnen laten belasten. Hierop heeft de wetgever een antimisbruikbepaling voorzien, waarbij de fiscus geen rekening hoeft te houden met de wijzigingen. Maar in de meeste gevallen betekent dat dat er een gedeelte van de winst onder het oude systeem moet belast worden en een gedeelte van de winst onder het nieuwe systeem.


Door met 1 aangifte te werken, hoe complex ook, kan dit wel worden verwezenlijkt. Indien er 2 aparte aangifteformulieren zouden bestaan werd dat natuurlijk een stuk moeilijker. Dit wil wel zeggen dat voor de vennootschappen die inderdaad een wijziging hebben gedaan aan de afsluitdatum van hun boekjaar, zij in principe een tussentijdse afsluitingsbalans nodig hebben op de afsluitdatum van het oorspronkelijke boekjaar. Er dient dan onder de oude of nieuwe bepalingen een nieuwe belastingberekening te gebeuren, waarbij de belastbare winst dan naar boven of beneden kan gecorrigeerd worden in beide tabellen. Zodoende zullen deze vennootschappen een deel van hun winst aan 29,58% (of 20,4%) kunnen laten belasten, en een gedeelte aan 33,99% (of het verlaagd opklimmend tarief). Hoe dit in concreto moet berekend worden, zal naar verluid binnenkort in een circulaire worden uitgeschreven.


In het vak van de dbi-aftrek moet er uiteraard ook goed opgelet worden dat enkel bij de boekjaren die voor 2018 zijn gestart nog rekening wordt gehouden met de 5% "aftrek voor kosten" van de binnenkomende dividenden.


Ook op de overgedragen aftrekken kan de wijziging aan de afsluitdatum van het boekjaar effect hebben. Dit wordt op pagina 11 opgevangen in een nieuw vak onder de overdracht van de aftrek voor risicokapitaal.


Bij het tarief van de belasting is er opnieuw een opsplitsing tussen de 2 verschillende startdata van boekjaren. Eentje voor de bevestiging dat je onder de voorwaarden van het nieuwe verlaagde tarief valt, en eentje voor de bevestiging voor het oude verlaagd opklimmend tarief. Dit onderscheid is van belang omdat de voorwaarden niet altijd gelijk lopen. Vennootschappen kunnen bijvoorbeeld in aanmerking komen voor het nieuwe voordeeltarief voor kleine vennootschappen, terwijl ze niet in aanmerking komen voor het oude verlaagd opklimmend tarief, bijvoorbeeld omdat ze te veel dividenden hebben uitgekeerd.


De rest van de aangifte is ongeveer gelijk gebleven. Bij vragen over de aangifte staat TaxQuest uiteraard klaar om bij te staan! Neem gerust contact op bij vragen.

407 keer bekeken

© 2018 by Tax Quest | Juridische informatie

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon