Zoeken
  • Roel Van Hemelen

Fiscaal voordelig fietsen


Vandaag verscheen er in Netto, het personal-finance magazine van De Tijd, een artikel over de 10 redenen om een elektrische fiets te kopen. Dit artikel focust voornamelijk op de elektrisch ondersteunde fietsen, maar haalt ook kort de fiscale behandeling aan. Dit leek ons de ideale gelegenheid om de regels voor fietsen eens volledig op te lijsten, zowel op het vlak van de directe belastingen, als op het vlak van de btw en de sociale bijdragen.


1. Bedrijfsfietsen

In België is de bedrijfswagen alomtegenwoordig en waanzinnig populair. Maar de laatste jaren komt daar een zeer populair vervoersmiddel bij. Heel wat bedrijven bieden hun personeel de mogelijkheid om (eventueel gecombineerd met de bedrijfswagen) voor een bedrijfsfiets te kiezen.


Los van de verkeerstechnische vereisten en voorwaarden, waarvoor we graag verwijzen naar het hoger vernoemde artikel in Netto, waarvoor u onderaan een link terugvindt, moet deze problematiek op verschillende niveau's worden bekeken. We gaan er vanuit dat de fiets uiteraard ook privé wordt gebruikt, zowel voor woon-werkverkeer (volgens de Belgische wetgeving is woon-werkverkeer een privé-verplaatsing) als voor pure privé-verplaatsingen, bijvoorbeeld in het weekend. Hieronder krijgt u een overzicht van de verschillende aandachtspunten.


2. Fietsen?

Tot voor kort was er een discussie over wat het begrip "fiets" nu juist inhoudt. De regeling inzake directe belastingen verwees immers naar "fietsen", zonder dat hiervoor een bijkomende uitleg werd gegeven. Als het begrip in de fiscale wetgeving zelf niet is gedefinieerd, moeten we naar andere bronnen gaan zoeken om de definitie hiervan te vinden. Ook in de politiewetgeving of in de verkeerswetgeving wordt niet over fietsen gesproken, dus kon enkel de uitleg in de "Van Dale" of een ander woordenboek soelaas bieden. En dat is nu niet bepaald een juridische onderbouwing.


Zo kregen we eind 2016 de fijne opmerking van onze minister van financiën op een parlementaire vraag (Parl. Vr. 18 oktober 2016) dat de voordelen voor fietsen inzake directe belastingen niet gelden voor Racefietsen en Mountainbikes. Dit leek mij een zeer absurde redenering. Eerst en vooral zijn dat duidelijk fietsen. Ten tweede werd de onderstaande voordeelregeling inzake directe belastingen ingevoerd om het woon-werkverkeer per fiets te stimuleren, en mijn ervaring is dat een heel groot deel van het woon-werkverkeer per fiets wel degelijk met een koersfiets gebeurd. Ten derde zou dat evengoed betekenen dat die SUV's en sportwagens die in de vennootschap worden aangekocht niet onder de fiscale voordeelregels voor personenwagens zouden kunnen vallen (voordelen alle aard etc.). Een vreemde beslissing leek dit ons...


Sinds de wet van 22 oktober 2017 - Belgisch Staatsblad 10 november 2017 werd dit probleem echter van de baan geveegd. Door deze wet werd het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 1992) aangepast en verwijst deze wet niet naar het begrip "fiets", maar naar het begrip "rijwielen", wat wel in de verkeerswetgeving en in de politiewetgeving is gedefinieerd. Als we dan in de wegcode gaan kijken, dan is een rijwiel gedefinieerd als volgt:

"elk voertuig met twee of meer wielen, dat wordt voortbewogen door middel van pedalen of van handgrepen door één of meer van de gebruikers en niet met een motor is uitgerust, zoals een fiets, een driewieler of een vierwieler.

De bevestiging van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, brengt geen wijziging in de classificatie als rijwiel.

Het niet bereden rijwiel wordt niet als voertuig beschouwd."


Elke vorm van fiets (met uitsluiting van de eenwieler voor de clowns onder ons :)) komt hiervoor dus in aanmerking. Enkel de snelle elektrische fietsen, de zogenaamde speed-pedelecs worden verkeerstechnisch als bromfietsen aanzien. Omdat de wetgever de voordelen ook voor deze snelle elektrische fietsen wenst toe te kennen, geld sinds de voormelde wet het voordeel voor fietsen (inzake directe belastingen) voor rijwielen én de speed-pedelecs.


3. Directe Belastingen - Kostenaftrek

Een vennootschap de een fiets aankoopt voor haar medewerkers (of zaakvoerders), kan deze kost voor 120% inbrengen [art. 64ter, lid 1 3° WIB 1992]. Technisch gezien betekent dit dat gedurende het boekjaar de kosten voor 100% worden ingeboekt, en dat op het einde van het jaar, bij de jaarafsluiting, alle kosten voor deze fietsen worden opgeteld, en 20% van dit bedrag uit het resultaat van de vennootschap mag worden gehaald, door een overboeking naar de belastingvrije reserves te doen. Deze belastingvrije reserve blijft dan behouden voor zover aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde voldaan blijft.


Deze verhoogde kostenaftrek geldt niet alleen voor de aankoop (afschrijvingen) of huurprijs van de fiets zelf, maar evengoed voor eventuele onroerende goederen die als stalling (tijdens de werkuren) worden gebruikt voor de fietsen, of die worden gebruikt als kleedruimte of sanitair, al dan niet met douches. Ook alle bijkomende kosten, toebehoren, herstellingen etc. van deze fietsen krijgen dezelfde verhoogde kostenaftrek.


In de toekomst (vanaf 2020) zal deze verhoogde kostenaftrek allicht wel wegvallen. In het befaamde zomerakkoord was reeds melding gemaakt van het feit dat alle verhoogde kostenaftrek van 120% zou wegvallen vanaf fase 2. Voorlopig is daar, ook na de invoering van de hervorming vennootschapsbelasting, nog geen sprake van voor wat betreft de verhoogde kostenaftrek voor fietsen. Maar in het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen dat op dit ogenblik in de kamer ligt, wordt alsnog de verhoogde kostenaftrek volledig geschrapt vanaf 2020.


4. Directe belastingen - Voordeel alle aard

Goederen die door de werkgever aan bedrijfsleiders of personeel ter beschikking worden gesteld, en die ook privé kunnen worden gebruikt, dienen in de personenbelasting belast te worden. Dit is het principe van het voordeel van alle aard, zoals u dat ook kent voor uw oh zo gewaardeerde bedrijfswagen.


In principe moet dit dus ook worden toegekend voor de bedrijfsfiets. Alleen heeft de fiscale wetgever in de wet ingeschreven dat het voordeel (het privé-gebruik) dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een fiets en de toebehoren, met inbegrip van de onderhouds- en stallingskosten en die daadwerkelijk wordt gebruikt voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en e plaats van tewerkstelling, niet belast wordt. Er moet inzake directe belastingen dus geen voordeel alle aard worden aangerekend, indien de fiets daadwerkelijk voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de fiets het enige vervoersmiddel voor woon-werkverkeer is. U mag bijvoorbeeld perfect 1 of 2 dagen per week met de fiets komen, en de rest van de week met uw bedrijfswagen of eigen wagen. Maar er moet wel degelijk woon-werkverkeer met de fiets gebeuren. [art. 38 §1 lid 1 14° b) WIB 1992]


Van zodra er geen woon-werkverkeer met de fiets plaatsvindt, spelen de normale regels. In dat geval moet er wel een voordeel van alle aard aangerekend worden. Bij gebrek aan een forfaitaire berekeningsmethode in art. 18 §3 KB/WIB 1992, moet het voordeel worden geraamd volgens het werkelijk genot bij de genieter. U dient aldus de volledige kostprijs van de fiets te gaan opdelen volgens het privé-gebruik en het beroepsmatig gebruik. De kosten die betrekking hebben op het privé-gebruik zullen dan allicht het bedrag van het voordeel alle aard vormen. En aangezien u op dat moment geen woon-werk verkeer met de fiets doet, zal ook het beroepsmatig verkeer (uw fiets staat namelijk nog thuis) zeer beperkt zijn.


Aan de andere kant, fietsen die ter beschikking worden gesteld van personeel om zuiver beroepsmatige verplaatsingen te doen, zoals bv. fietsen die in de haven worden gebruikt om van het ene gebouw naar het andere gebouw te rijden, worden niet privé gebruikt, en hiervoor moet dus geen voordeel worden aangerekend.


5. Directe belastingen - Fietsvergoeding

De voordelen zijn nog niet ten einde... voor elke kilometer die u met de fiets voor woon-werkverkeer aflegt, mag uw werkgever u een fietsvergoeding van 23 cent per kilometer toekennen. Zolang deze vergoeding enkel de effectief afgelegde kilometers vergoed, is deze vergoeding belastingvrij. [art. 38 §1 lid 1 14° a) WIB1992]


6. Sociale zekerheid - RSZ

Inzake sociale zekerheid, is er op dit ogenblik nog een discrepantie met de fiscale wetgeving. Ook voor RSZ-doeleinden wordt het terbeschikking stellen van een fiets voor woon-werkverkeer niet aanzien als loon, en hoeven hier dus ook geen sociale bijdragen op betaald te worden. Van zodra de fiets echter voor zuivere privé-doeleinden wordt gebruikt, moet op dat gedeelte wel sociale bijdragen afgedragen worden.


Stel dat u een elektrische fiets aankoopt voor € 2 100,00, af te schrijven over 3 jaar, dan is de jaarlijkse kost € 700,00. Indien u de fiets 50% privé gebruikt, dient u aldus sociale bijdragen af te dragen over € 350,00. Dit kost u op jaarbasis € 350,00 x 13,07% = € 45,75 aan sociale bijdragen. Ook voor de werkgever zal er op dit bedrag (€ 350,00) aldus sociale werkgeversbijdragen berekend moeten worden.


De vrijgestelde vergoeding voor woon-werkverkeer van € 0,23 per kilometer is ook voor RSZ doeleinden vrij van sociale bijdragen. Alleen verwijst de RSZ-wetgeving nog steeds naar het begrip fiets, en vallen de speed-pedelecs daar vooralsnog buiten.


Er is echter een koninklijk besluit in de maak dat verzekert dat er (met terugwerkende kracht) vanaf 1 januari 2017 geen uitsluiting meer is voor de speed-pedelecs en dat er bovendien eveneens voor RSZ doeleinden geen voordeel alle aard moet belast worden indien er daadwerkelijk woon-werkverkeer met de fiets gebeurd.


7. BTW

De btw wetgeving blijft vooralsnog het buitenbeentje, waarbij er geen specifieke voordelen zijn voorzien voor fietsen. Een fiets die wordt aangekocht door een btw-plichtige onderneming, en die tevens voor privé-doeleinden wordt gebruikt, zal slechts recht op aftrek geven voor het werkelijk beroepsmatig gebruik.


Een fiets is namelijk een vervoersmiddel, waardoor het niet onder de algemene forfaitaire aftrek voor gemengd gebruikte activa van 75% kan vallen, en het is ook geen personenwagen, motorfiets of lichte bedrijfswagen, waardoor het ook geen gebruik kan maken van de specifieke regels die daarvoor gelden.


Voor de fiets moet het recht op aftrek dus worden beperkt tot het werkelijkberoepsgebruik in overleg met de administratie. Dit betekent dat u dit zelf mag inschatten, maar dat de administratie steeds bewijs voor uw bewering mag vragen. Het bijhouden van een rittenadministratie is uiteraard mogelijk, maar vergt een vrij stevige administratie.


Aangezien woon-werkverkeer ook als een privé-verplaatsing wordt aanzien, zal het beroepsmatige gebruik van een fiets allicht vrij beperkt zijn, waardoor u in de meeste situaties allicht niet al te veel recht op aftrek zal kunnen genieten.


Voorlopig krijgt u voor btw dus nog geen voordeel voor de fietsen.


8. Mobiliteit op maat & Cafétariaplannen

Personeel vraagt tegenwoordig meer en meer om bezoldigingstechnieken de volledig op maat worden uitgewerkt. TaxQuest staat klanten bij in het opmaken van mobiliteitsplannen op maat voor medewerkers alsook het uitwerken van een flexibele bezoldigingsmethodiek met een zogenaamd cafétariaplan. Contacteer ons gerust voor meer informatie.


Artikel Netto: https://www.tijd.be/netto/budget/10-redenen-om-een-elektrische-fiets-te-kopen/9973929



1,190 keer bekeken

© 2018 by Tax Quest | Juridische informatie

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon