Zoeken
  • Roel Van Hemelen

Minimumbezoldiging?! Loon optrekken??

Bijgewerkt: 16 dec 2019


*** OPGELET!!! ***

Op het moment van publicatie (februari 2018) was dit artikel nog geldig, begin 2019 is het wetboek van inkomstenbelastingen echter gewijzigd waardoor heel deze regeling, en dus ook het onderstaande artikel niet langer van toepassing is. Voor de volledigheid laten we het artikel toch gepubliceerd staan, doch met deze belangrijke disclaimer

*****




Sinds de hervorming van de vennootschapsbelasting is het tarief van de vennootschapsbelasting vanaf 1 januari 2018 voor de meeste vennootschappen gedaald. Vanaf 2020 zal dit tarief zelfs verder dalen. Bovendien is er bovenop de gewone verlaging nog een bijzonder verlaagd tarief voor kleine vennootschappen die aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze vennootschappen kunnen zelfs dalen tot een tarief van 20%.


De regering vreesde wel dat deze verlaging in de vennootschapsbelasting zou leiden tot een wildgroei aan vennootschappen. Ze hebben hier zelfs een term voor uitgevonden. De regering spreekt over de strijd tegen de vervennootschappelijking. Een van de maatregelen die ze hebben genomen in deze strijd tegen de vervennootschappelijking is het begrip "minimumbezoldiging".


1. Minimumbezoldiging?

Wat is deze minimumbezoldiging? Hiervoor is de regering de mosterd bij onze noorderburen gaan halen. In Nederland kent men ook al enkele jaren de "gebruikelijke loonregeling". Een directeur groot-aandeelhouder van een Nederlandse vennootschap dient een minimumbezoldiging uit te keren. Ook in België moet er vanaf de eerste fase van de hervorming in de vennootschapsbelasting een minimumbezoldiging worden uitbetaald aan een bedrijfsleider natuurlijk persoon. Bezoldigingen toegekend aan managementvennootschappen komen dus niet in aanmerking als minimumbezoldiging.


Deze minimumbezoldiging is in principe gelijk aan € 45.000,00 tenzij de winst van de vennootschap minder is dan € 45.000,00. In dit laatste geval is het voldoende als de bezoldiging die werd toegekend op z'n minst gelijk is aan de belastbare winst van de vennootschap.


Wanneer een vennootschap niet voldoet aan de minimumbezoldiging, dient er een bijkomende belasting te worden betaald door de vennootschap ten belope van 5% (eerste fase) of 10% (vanaf fase 2) op het tekort aan toegekende bezoldiging.


Dit lijkt op het eerste zich een heel eenvoudige maatregel, maar is iets complexer dan op het eerste zicht lijkt. Een vennootschap die een belastbare winst heeft van € 50.000,00 en een bezoldiging heeft toegekend aan een van haar bedrijfsleiders van € 30.000,00 voldoet niet aan de vereiste van de minimumbezoldiging. Maar moet deze vennootschap dan op € 15.000,00 deze bijkomende belasting betalen? Dat is namelijk het verschil tussen de vereiste minimumbezoldiging van € 45.000,00 en de effectief toegekende bezoldiging van € 30.000,00. Neen. De effectieve berekening van de minimumbezoldiging vertrekt steeds van het principe "winst voor bezoldiging". Welke winst is er in de vennootschap aanwezig vooraleer er een bezoldiging wordt toegekend aan de zaakvoerder waarvan het loon in aanmerking zal worden genomen voor de minimumbezoldiging. De helft hiervan is de minimumbezoldiging. Dat is logisch, want als we de helft als bezoldiging uitkeren, is de overblijvende winst (na bezoldiging) ook eveneens de helft, en is de uitgekeerde bezoldiging gelijk aan de te belasten winst.


In ons bovenstaand voordeel is de winst voor bezoldiging dus gelijk aan € 80.000,00 (winst van € 50.000,00 + bezoldiging van € 30.000,00). De helft hiervan is € 40.000,00. De minimumbezoldiging is in dit geval € 40.000,00. Hadden we inderdaad € 40.000,00 loon toegekend in plaats van € 30.000,00, dan was onze winst ook geen € 50.000,00 maar slechts € 40.000,00 en hadden we aan de minimumbezoldiging voldaan.


De vennootschap uit het voormelde voorbeeld dient dus een bijkomende belasting te betalen op € 10.000,00, namelijk het verschil tussen de minimumbezoldiging van € 40.000,00 en de effectief toegekende bezoldiging van € 30.000,00.


In eerste fase dient hierop 5% belasting betaald te worden, ofwel € 10.000,00 x 5% = € 500,00. We gaan in dit artikel niet dieper in op het concept loon alsook willen we even meedelen dat er voor bepaalde groepen van vennootschappen speciale regels bestaan, maar ook dit is te uitgebreid voor de doelstelling van dit artikel.


2. Loon optrekken?

Moeten wij ons loon optrekken om aan de minimumbezoldiging te voldoen? Indien u deze vraag vanuit het standpunt van de bedrijfsleider bekijkt dan zegt u: uiteraard! Niemand zegt neen tegen een extra bezoldiging.


Vanuit het standpunt van het bedrijf zeggen we resoluut: neen. Als we een kosten/baten analyse maken, dan betaalt een vennootschap uiteraard liever € 500,00 extra belasting in plaats van € 10.000,00 extra bezoldiging te moeten betalen.


Het wordt uiteraard een stuk complexer als vennootschap en bedrijfsleider met elkaar verweven zijn. Een kleine of middelgrote vennootschap waarbij de bedrijfsleider eveneens eigenaar is van de vennootschap, kan hier de situatie vanuit beide kanten bekijken, en nagaan wat voor hem of haar de voordeligste situatie is.


Het is echter niet zo eenvoudig om na te gaan wat de exacte impact hiervan is. Een extra toegekende bezoldiging resulteert in extra netto-loon, maar resulteert ook in een toename van de te betalen personenbelasting en sociale bijdragen. Aan de andere kant zorgt dit er wel voor dat de vennootschap geen extra belasting op het tekort van de minimumbezoldiging moet betalen. Bovendien is de minimumbezoldiging ook een van de voorwaarden om van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting gebruik te kunnen maken.


Om de verschillende situaties te bekijken, doen we hieronder enkele simulaties, waarbij we er steeds vanuit gaan dat de overblijvende winst in de vennootschap volledig als dividend wordt uitgekeerd. Zodoende komt elke euro winst ofwel via loon ofwel via dividend bij de aandeelhouder/bedrijfsleider terecht. Op deze manier kunnen we exact vergelijken hoeveel je in welke situatie op je privé rekening ziet verschijnen.


a. Voorbeeld 1

In het eerste voorbeeld vertrekken we van een winst voor bezoldiging van € 100.000,00. De minimumbezoldiging is hier dus € 45.000,00 (de helft van de winst + bezoldiging is hoger dan € 45.000,00). De vennootschap kan verder van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting genieten indien aan de minimumbezoldiging is voldaan en er wordt op dit moment een bezoldiging van € 36.000,00 uitgekeerd, gelet op de voorwaarden voor het oude systeem van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting.


In bovenstaande tabel zien we in de eerste lijn de winst voor bezoldiging, die op € 100.000,00 is bepaald. Hiervan wordt in lijn 2 de bezoldiging afgetrokken. In de linkse kolom zien we de reeds bestaande bezoldiging van € 36.000,00, terwijl in de rechtse kolom de bezoldiging wordt opgetrokken naar € 45.000,00.


Op de derde lijn wordt dan de winst van de vennootschap berekend en hiervan wordt op lijn 4 de belasting afgetrokken om zodoende een winst na belastingen te verkrijgen. Aangezien in de linkse situatie er niet is voldaan aan de vereiste minimumbezoldiging, berekenen we in dit geval ook nog de afzonderlijke heffing van 5%. Deze € 316,89 wordt als volgt verkregen: (€ 45.000,00 - € 36.000,00) x 5% x (100% - 29,58%). Aangezien de afzonderlijke heffing aftrekbaar is voor vennootschapsbelasting doeleinden en we dit bedrag in ons voorbeeld van de winst na belastingen aftrekken, moeten we de belastingbesparing hier nog mee verrekenen (dit is de 100% - 29,58%).


Op de lijn "netto-vennootschap" staat de uiteindelijke netto-winst van de vennootschap. Deze nettowinst keren we uit via dividend om alles privé te krijgen. We gebruiken hiervoor het tarief roerende voorheffing van 15%. In principe zouden alle vennootschappen die klein zijn (en deze vennootschap is klein aangezien ze in aanmerking zou kunnen komen voor het verlaagde tarief vennootschapsbelasting) van ofwel de VVPRbis regeling (tarief RV = 15%) kunnen genieten, ofwel van de liquidatiereserve, waarbij via een omweg ook ongeveer 15% (13,64% om exact te zijn) roerende voorheffing kan genoten worden. Het netto-dividend dat overblijft na de roerende voorheffing staat op de voorlaatste lijn (nettodividend).


Dan hoeven we enkel nog te berekenen wat we overhouden van onze bezoldiging. Die berekening zien we in het stukje bezoldiging. Rekening houdend met de belastingvrije som alsook de verhoging van de belastingvrije som wegens kinderen ten laste (in ons voorbeeld hebben we 2 kinderen ten laste opgenomen) worden de sociale bijdragen en de belasting berekend en van het brutoloon afgehouden. De netto bezoldiging tellen we dan op bij het netto dividend om te weten hoeveel we nu werkelijk uit de vennootschap kunnen halen in beide situaties.


Als we de 2 kolommen dan vergelijken, dan zien we dat het in dit geval voordeliger is om € 45 000,00 bezoldiging toe te kennen dan € 36 000,00, ook al zullen we op de hogere bezoldiging fors meer sociale bijdragen en personenbelasting betalen, dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de lagere vennootschapsbelasting.


b. Voorbeeld 2


Hetzelfde voorbeeld als daarnet wordt gehanteerd, alleen gaan we er in het tweede voorbeeld van uit dat de vennootschap NIET in aanmerking kan komen voor het verlaagde tarief vennootschapsbelasting. Omdat het bijvoorbeeld niet gaat om een kleine vennootschap.


In dezelfde berekening zien we nu het omgekeerde. Door het optrekken van de bezoldiging besparen we weliswaar de afzonderlijke heffing, maar door het feit dat we niet bijkomend van een lager tarief vennootschapsbelasting kunnen genieten en we heel wat extra personenbelasting en sociale bijdragen moeten betalen, wordt het een minder interssante aanpassing.


Indien we nog meer voorbeelden geven, zien we dit als constante terugkomen. Indien er geen gebruik kan gemaakt worden van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting loont het praktisch nooit de moeite om de bezoldiging op te trekken.


Indien er geen gebruik kan gemaakt worden van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting, is het optrekken van de bezoldiging niet interessant.

c. Voorbeeld 3

We werken verder op de bestaande cijfers uit de vorige voorbeelden, maar nu beslissen we om onze bezoldiging niet op te trekken. In tegendeel, we gaan de bezoldiging zelfs terugbrengen tot € 20 000,00. Doen we er dan voordeel aan?

Identiek dezelfde berekening, maar nu met een bezoldiging die verlaagd is naar € 20 000,00. Ook met het verlagen van de bezoldiging doen we voordeel. Als we het voordeel hier berekenen komen we op € 60 734,83 - € 58 794,80 = € 1.940,02. Terwijl het voordeel in voorbeeld 1 wel nog € 3.026,50 bedraagt.


Zoals u voelt, dit vergt een zeer specifieke berekeningsmethodiek.


TaxQuest heeft een berekeningstool ontwikkeld die op eenvoudige wijze de meest optimale bezoldiging berekend, rekening houdende met de volgende parameters:

  • Mogelijkheid om het verlaagd tarief te genieten bij voldoende bezoldiging;

  • Persoonlijke belastingsituatie (kinderen ten laste, belastingvrije som etc.)

  • Gewenst aanslagjaar voor de berekening (Fase 1 of Fase 2 - met uitzondering van de personenbelastingtarieven die we voor de latere aanslagjaren nog niet kennen)

  • Gewenste minimumbezoldiging (zie hieronder)


3. Minimumbezoldiging

In sommige situaties komt onze berekeningstool tot een ideale bezoldiging van € 16.412,92, zijnde de minimumwinst (voor verrekening met de aftrekbare sociale bijdragen) waarop steeds sociale bijdragen moeten worden berekend.


Heeft het dan zin om de bezoldiging tot dit niveau terug te brengen? Soms, maar soms ook niet. U heeft namelijk geld nodig om van te kunnen leven. U moet eten kopen, naar de dokter, de kinderen moeten naar school of moeten zelfs studeren, uw badkamer kraan lekt en heeft onderhoud nodig... u heeft steeds geld nodig, en de kans is groot dat u met € 16.000,00 niet zal toekomen.


Indien u privé een buffer heeft, zodat u van uw spaargeld kan leven tot op het moment dat uw spaargeld terug wordt aangezuiverd met de uitkering van een dividend, dan is dit zeker doenbaar. Heeft u die mogelijkheid niet, en heeft u geen andere bron van inkomsten, dan is het toch verstandig om het netto-loon minimaal op uw uitgavenpatroon te plaatsen. U hoeft met uw loon niet te kunnen sparen, maar wel in uw noodzakelijke uitgaven voorzien. Een dividend kan in principe slechts eenmaal per jaar worden toegekend. Indien u privé dus geen andere financiële bronnen of mogelijkheden hebt, zal de verleiding bestaan om het geld via een rekening-courant debet op te nemen, en dat willen we ten stelligste afraden. Dit 'gemakkelijk geld' is namelijk zeer verleidelijk eens men ermee begint, en kan achteraf tot een waanzinnige afrekening leiden die in sommige gevallen zelfs niet meer haalbaar is.


TaxQuest bekijkt samen met u naar een optimale bezoldigingsmethode, met een integrale aanpak. Het optimaliseren van voordelige uitkeringen, het optimaliseren van de toepassingen van het voordeel alle aard alsook het optimaliseren van de bezoldiging in combinatie met de vennootschapsbelasting. Een totaaloverzicht dat leidt tot een bezoldigingspakket op maat.









1,016 keer bekeken

© 2018 by Tax Quest | Juridische informatie

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon

info@taxquest.be | Zandhoven | Olen